Bang voor vissen, maar gek op vis! Hoe kan dat?

Ik ben mijn hele leven al bang voor vissen. Zelfs een guppy ga ik nog uit de weg. Hoe kan dat?

Zo ben ik de Dordogne wel eens uitgerend nadat ik kleine visjes zag zwemmen en ben ik in de buurt van aquariums altijd op mijn hoede (stel je voor dat hij knapt en er spartelende visjes op mij vallen). Kortom: als ik een vis signaleer gaan bij mij de alarmbellen af en zorg ik dat ik uit de buurt blijf. 

Maar het rare is, ik vind vis wel heel erg lekker. In restaurants kies ik bijna altijd een gerecht met vis. Een broodje zalm, makreel of haring vind ik ook erg lekker. 

Ik heb geleerd dat ik in het buitenland beter geen vis kan nemen. Want als je daar vis bestelt, loop je het risico dat je ook echt een vis op je bord krijgt, inclusief kop en staart. Dan gaan bij mij direct alle alarmbellen weer af en wil ik het liefst het restaurant uitvluchten. Ik word pas weer rustig als iemand anders er voor heeft gezorgd dat mijn vis niet meer op een vis lijkt en dan eet ik mijn vis zonder problemen op.

Hoe kan het dat ik een dode makreel niet durf aan te raken (mijn alarmbellen afgaan), maar als het staartje, velletje en de kop (door iemand anders) zijn verwijderd (mijn alarmbellen weer uitgaan) en ik de stukjes vis zonder problemen kan aanraken en opeten? 

Verstandelijk weet ik heus wel dat een dode vis en visjes in een aquarium ongevaarlijk zijn. En weet ik ook wel dat het heel onlogisch is dat ik niet bang ben voor een stukje vis dat niet op een vis lijkt, maar wel voor een vis. Dus dat ik last heb van een irreële angst. 

Er is dus een groot verschil tussen ‘weten’ en ‘voelen’. 

De grote veroorzaker van dit alles is mijn emotionele brein. Het emotionele brein werkt onbewust en automatisch en is de hele dag bezig aan het scannen of er ook gevaar is. 

En als er dan gevaar is, dan zorgt het emotionele brein ervoor dat mijn alarmbellen afgaan, met de bedoeling dat ik ga zorgen voor veiligheid. 

Het emotionele brein wordt ook wel het oude brein genoemd en past helaas niet meer zo goed bij de huidige leefsituatie van mensen, waardoor de alarmbellen nogal eens ten onrechte afgaan, terwijl er niets aan de hand is. 

Daarnaast hebben we ook een neocortex (nieuwe brein). In dit deel van de hersenen vinden bewuste processen plaats, zoals het logisch nadenken. 

Een probleem is dat het emotionele brein en de neocortex behoorlijk los van elkaar functioneren en slecht met elkaar communiceren.

Zo kan het dus gebeuren dat het emotionele brein ‘gevaar’ detecteert, terwijl de neocortex van mening is dat er niks aan de hand is. Dat is dus ook het geval bij mijn visangst. Mijn emotionele brein ziet een vis en beoordeeld dat als een bedreiging, terwijl mijn neocortex (gezonde verstand) kan beredeneren dat er niets aan de hand is. En ik luister dus vervolgens naar mijn emotionele brein en ga echt geen vis aanraken (ook al is het ongevaarlijk).

Dit alles geldt dus voor heel veel angsten. Je weet eigenlijk wel dat er niets aan de hand is, maar toch voel je angst/spanning, alsof je in gevaar bent. En meestal luisteren mensen meer naar de signalen van het emotionele brein dan naar hun gezonde verstand. Omdat de angst zo onder een vergrootglas komt te liggen en we vooral luisteren naar ons emotionele brein, nemen de angstklachten helaas meestal ook nog toe. En kan de angst een behoorlijke negatieve impact op ons leven hebben. Zo zijn er mensen die niet durven te vliegen (terwijl autorijden veel gevaarlijker is) of niet op de autosnelweg durven te rijden (maar wel op veel gevaarlijker 80km wegen). En zijn sommigen bang voor kleine ruimtes, anderen durven niet alleen te zijn, weer anderen zijn bang dat anderen hen uitlachen en ‘bazenstress’ (bang voor je leidinggevende) kom ik ook nogal eens tegen. 

Gelukkig is er bijna altijd wel wat aan de angstklachten te doen!

Ten eerste ga ik altijd na of het ook mogelijk is om het emotionele brein als het ware ‘te resetten’ zodat de alarmbellen wat minder snel afgaan (EMDR, schematherapie).

Ten tweede leer ik de cliënt de angst- en spanningsklachten en negatieve gedachten te verdragen en niet teveel aandacht te geven. Ik pas dan meestal acceptance and commitment therapie (ACT) toe (vooral ook veel mindfulness) om te leren de signalen van het emotionele brein niet zo serieus te nemen en vooral je energie te leren steken in voor jou nuttige zaken. Zodat jij zoveel mogelijk het leven krijgt wat je graag zou willen hebben. 

Gelukkig hebben de meeste cliënten door de therapie al vrij snel minder last van hun klachten.

En ik heb dankzij ACT afgelopen zomer voor het eerst probleemloos in de zee tussen de visjes gezwommen!